Theosofie

image_pdfimage_print

De THEOSOFIE en het NEO-PLATONISME

Theosofie betekent “goddelijke wijsheid”. Ze omhelsde in de oudheid alle kennis, wetenschap en metafysica, alsook de wijsheid die zich uitdrukt in harmonieuze toepassing. God was voor hen niet de enige unieke God. Zij aanvaardden een hiërarchie van goden zoals een planeet-logos, een zonne-logos, een universele logos en zo steeds hoger. Een Logos kan men situeren als een zeer hoog wezen met reeds goddelijke hoedanigheden, maar niet het Absolute.

Het waren de neo-platonische filosofen in Alexandrië (3de eeuw van onze tijdrekening) die voor het eerst de naam “Theosofie” gebruikten. Onder hen de grote wijze en mysticus Ammonius Saccas. Deze eclectische theosofen verbonden mysticisme en Platonisme.
In deze mysteriescholen (zoals ook honderden jaren voordien) werd een levenswandel beoefend en wijsheid doorgegeven die een zuivering (de katharsis van Plato) van de persoonlijkheid inhield. Deze Katharsis vergemakkelijkt de doorstroming van sluimerende, potentiële krachten van de monade (ziel). Dit bevordert onze vooruitgang op het spirituele pad.

Diezelfde doelstelling bestond en bestaat nog steeds in India en in de Himalaya. Voor hen die in deze scholen verblijven is gans hun leven gewijd aan deze spirituele weg. De leer van Plato had als basis de wijsheid van Hermes Trismegistus. Hij was de goddelijke leraar van het oude Egypte, wel bepaald voor de Egyptische ingewijden. In de smeltkroes van Alexandrië (hierboven reeds vermeld) werd ook het boeddhisme, de Vedanta van India, het Mazdéisme van Perzië, de goden van Rome en van de christenen besproken. Sommige kerkleraren, zoals Origines, waren in het geheim leerling van Ammonius. Wij weten veel langs hen alsook van Longin en Plotinus vooral die de lessen van Ammonius opschreef. Het doel was het bevorderen van de éénheid met God.

Door tegenwerking en vooral vervolging van de Katholieke Kerk zijn deze theosofen verplicht geweest in het verborgene verder te werken en hierdoor op kleine schaal. Niettemin kennen wij enkele personen van deze periode, zoals Swedenborg, Claude de St. Martin, Böhme en Pasqualis.

 

De FILOSOFIE van het IDEALISME

In de jaren 1700-1800, waren er enkele filosofen, die voor een deel terugvielen op de ideeënleer van Plato. Vandaar de naam “Ide(e)alisme. Volgens Plato ligt aan alles een “Idee” ten grondslag. Sommigen van deze filosofen kunnen ons nog altijd inspireren. Zo hebben wij o.a. Schelling (1775-1854) die spreekt van een “Wereldziel”. Hegel (1770 -1831) is voor het construeren van een groots metafysisch concept van de Universele Geest. En tenslotte Schopenhauer (1788-1860) die de ideeën van de Vedas en Upanishads terug onder de aandacht van het Westen bracht. Hij verwees ook naar meditatie om van binnenuit tot kennis te komen en zo zich los te maken van de constante eisen van vergankelijke doelen.

 

De HUIDIGE THEOSOFIE

In de jaren 1800, toen meer vrijheid kwam, werd de theosofie weer publiekelijk opgenomen. Dit gebeurde op een heel opmerkelijke wijze door een Russische vrouw, Blavatsky. Van kindsbeen af had zij contacten met een ‘wijze’ door visioenen. Het was ‘Meester’ Koot Hoomi Lal Singh die ze later in levende lijve zag, eerst in Londen en later in Tibet waar ze een opleiding kreeg van Hem. Hij heeft haar verder geleid. In september 1875 werd in New York de theosofische vereniging voor de moderne tijden gesticht in navolging van de wijsheidsscholen van de Oudheid. Het leven van Blavatsky, de stichting en perspectieven voor het Westen worden prachtig beschreven door Sylvia Cranston (Theosophical University Press Agency, Den Haag).

Blavatsky schreef zelf veel boeken. Haar hoofdwerken zijn: “De Geheime Leer” en “Isis Ontsluierd”. Deze werken zijn hoofdzakelijk geïnspireerd door Meester Koot Hoomi. Er bestaat zeer veel theosofische literatuur. Dit vormt voor ons hoofdzakelijk de inspiratiebron voor de cursus van onze bijeenkomsten. Wij hebben nu reeds een 600 tal bladzijden. Verder geven wij “Een greep uit de 42 titels van de cursus”, en een hoofdstuk over “Is er toeval in het dagelijks leven?”

Het weze duidelijk dat wij niet aan proseletisme of zieltjeswinning doen. Wij geven de mensen een mogelijkheid in groep aan zelfstudie te doen en elkaar te steunen in hun sprituele ontwikkeling. Wij kunnen ons als benaderingswijze situeren als ‘vrijzinnige sacralisten’. Het spirituele is voor ons ook een geldig object voor onderzoek. Dit is ook zo voor het paranormale dat kan geïntegreerd worden in het sacrale. De materialistische filosofie die zich beperkt tot het materiële heeft voor ons een veel te smalle basis. De werkelijkheid is meer dan haar stoffelijke vorm. Het gaat niet alleen over zingeving van het dagelijks leven maar over ‘Ultieme Zingeving’ in een integraal kader van ons bestaan. Wat heeft er een blijvende, eeuwige betekenis en waarde?

De weg die wij aanbieden is geen speciale weg. Hij is niet van ons, het is de erfenis van de mensheid. Wij hebben alleen de bloempjes geplukt en in een ruiker samengebracht. We deden er een ‘zilveren koordje van Ariadne’ rond die ons uit het labyrint van deze ‘Maya – Wereld” zal leiden. Eens eruit zullen wij gradueel steeds meer het ‘Licht’ van het transcendente kunnen waarnemen.

Onze vereniging is niet-sektarisch en bestaat uit ‘zoekers naar inzicht‘. Haar eenheid berust niet op een gezamelijk beleden geloof of wereldbeschouwing maar op een ‘gezamelijk streven naar waarheid‘. Onze doelstellingen zijn dus:

  • het vormen van een kern van de universele broederschap der mensheid (agape), zonder onderscheid van ras, geloof, geslacht, kaste of huidskleur
  • het onderzoeken van de onverklaarbare wetten die in de natuur besloten liggen en van de vermogens die in de mens sluimeren
  • het aanmoedigen van de vergelijkende studie van godsdiensten, wijsbegeerten en wetenschappen

De toenmalige voorzitter Alie Ritsema van de Nederlandse Theosofische Vereniging spreekt over historie en bedoeling van Theosofie met Luc Sala in Naarden, tijdens een bezoek van Radha Burnier. Nederlands (gepubliceerd op 27 feb. 2007 – 10:04min)