Boek

image_pdfimage_print

NIET TE GELOVEN … WEL TE BEGRIJPEN.

Een rationele en alternatieve visie op de menselijke zingeving,

door Gabriël Spileers.

Opgedragen aan alle ouders die een kind verloren
En aan allen van wie een geliefde stierf

VOORWOORD:

Het zal de lezer die de inhoud van dit boek aandachtig heeft doorgenomen, niet verbazen dat dit slechts tot stand kon komen na jarenlang onverdroten en gedetailleerd opzoekingswerk. Daarmee bedoel ik het bestuderen van honderden wetenschappelijke naslagwerken i.v.m. hypnose, telepathie, helderziendheid, spiritisme, bijna-doodervaringen en andere paranormale verschijnselen. Daarenboven nam ik vaak deel aan discussiepanels. Daarbij kruiste ik vaak de degen met professoren en wetenschappers over het fenomeen parapsychologie en het verband met de exacte wetenschappen, de filosofie en de religie. Reeds gans mijn leven werd ik gedreven naar datgene wat de mens het meest fundamenteel aangaat: namelijk wat een absolute, blijvende waarde heeft.

Door dit alles had ik vrij vlug begrepen dat deze fenomenen een filosofische consequentie inhielden. Dit was niet zomaar een hobby. Dit was niet langer vrijblijvend.
Toen ondernam ik enkele reizen om bepaalde informatiebronnen ter plaatse te gaan bestuderen. Deze zwerftochten brachten mij dus rechtstreeks in contact met tal van volkeren met hun eigen religies, rituelen en culturen. Zoals verschillende reizen naar India om het hindoeïsme te bestuderen. Of een jarenlang verblijf in een klooster in Afrika. Ik werd lid van enkele esoterische scholen, werd in de piramiden ingewijd in de kennis van het oude Egypte, enz.

Tussen al die drukke bezigheden in eiste echter het ‘normale’ leven zijn rechten op: het huwelijksleven brengt nu eenmaal zijn eigen verantwoordelijkheden mee. Nadat ik was afgestudeerd als leraar in de godsdienstwetenschappen trad ik als zodanig in functie aan het Koninklijk Atheneum te Oudenaarde. Tijdens mijn vrije avonden gaf ik in talrijke zalen zowat overal te lande lezingen over hypnose, begeleid door proeven. Voortgedreven door mijn rusteloze geest, deed ik weldra ook proeven i.v.m. helderziendheid, telepathie, ja zelfs af en toe met spiritisme.

Toen dit laatste aan het licht kwam, werd het onthaald op kritiek of zelfs spot van medemensen of collega’s. Wat bezielt jou in godsnaam? Past het wel dat een leraar in de katholieke godsdienst onderzoeken doet i.v.m. spiritisme, reïncarnatie e.d.? Het scheelde niet veel of ik werd als een tweede Galilei verketterd.

Daarbij even deze bedenking. Als drieëntwintig miljoen mensen met een bijna-doodervaring bij hun terugkeer vertellen dat ze door een ‘tunnel’ geschreden zijn die voerde ‘naar een prachtig land aan gene zijde’, lijden al die mensen dan aan hallucinaties? Als er 500.000 mensen in hypnotische regressie vertellen over hun vorige levens en over de ‘wereld’ tussen twee levens, is dat allemaal fantasie? Is het bij onderzoek naar deze fenomenen dan een zo grote sprong of extrapolatie om aan te nemen dat hier over een andere dimensie wordt gesproken, een dimensie waar het heilige, de transcendentie zich in het symbool van licht manifesteert?

In de Middeleeuwen mocht dit onderzoek niet van de Kerk. Nu mag het niet van de wetenschap: zij bestrijdt het en maakt het belachelijk. De Engelse bioloog Rupert Sheldrake kan echter niet veel begrip opbrengen voor deze sceptici: “Ik heb het hier niet over de frisse scepsis die een onderdeel vormt van gezond verstand, maar over ‘belijdende’ sceptici die zich organiseren, een intellectuele burgerwacht vormen, en altijd klaarstaan om publiek verkondigde paranormale verschijnselen te lijf te gaan. Het zijn wetenschappelijke fundamentalisten. Ze zijn als de dood dat de wetenschappelijke beschaving verdrinkt in een vloed van bijgeloof en religie, als het paranormale ook maar één voet aan de grond krijgt. Zij zullen het paranormale bij voorkeur afdoen als onzin, en het geloof erin als het product van onwetendheid en ijdele hoop of, bij mensen die beter zouden moeten weten, als een symptoom van geestelijke zwakte. Er is geen enkele reden om bang te zijn voor sceptici. Als ze zich tegen empirisch onderzoek verzetten op grond van doctrinaire vooroordelen, dan verliezen ze alle aanspraken op wetenschappelijke geloofwaardigheid. En als ze echt geloven in experimenteel onderzoek dat de feiten onder ogen wil zien, zoals ze beweren, dan zouden ze ons beter helpen dan ons voor de voeten te lopen.” (Uit Zeven experimenten die de wereld kunnen veranderen blz. 48 en 49. Kosmos, Utrecht, 1996).

Toch bleven ook talrijke mensen mij steunen. Diegenen die naar mijn lezingen over para-pychologische en esoterische onderwerpen kwamen luisteren, vroegen met aandrang wanneer ik over dit alles een boek zou schrijven. Ik beschouw het dan ook als mijn plicht mijn zo moeizaam verworven kennis ter beschikking te stellen van alle belangstellenden.

Het bijzondere van dit werk is, dat het paranormale niet alleen wordt beschreven maar ook verklaard en geïntegreerd in de grotere context van het sacrale. Er zijn in het boek talrijke bijlages opgenomen. Ze zijn niet in de gewone tekst verwerkt omdat ze iets moeilijker uitvallen en uitgebreid ingaan op één bepaald aspect van het hoofdstuk-thema. Ze geven zowel een antwoord aan de talrijke sceptici, als aan diegenen die deze thema’s ook streng logisch en filosofisch willen onderzoeken. De titel van het boek heeft een meer-zinnige betekenis. Vooreerst deze: de mens in een post-moderne cultuur wil niet meer geloven op basis van gezag, maar slechts door inzicht. Het is verder ‘niet te geloven’ wat ze ons in het verleden allemaal hebben ‘wijsgemaakt’. En tenslotte: het is ‘niet te geloven’ dat spirituele inzichten experimenteel kunnen onderbouwd worden.

De ethische consequenties van de verpletterende bewijzen die in dit boek worden opgesomd, zijn niet vrijblijvend. Opdat wij uiteindelijk de ‘Geestelijke wereld vol Licht en Liefde’ zouden bereiken, staat ons slechts één ding te doen: zoals die zilversmid in Jesaja het vuur in onze ziel aanwakkeren, tot ze te voorschijn komt als een blanke spiegel van puur zilver, waarin Gods Aangezicht verschijnt.

Merelbeke, 01-10-03.
Gabriël Spileers

SAMENVATTING
Dit boek is een warm pleidooi voor een fundamentele menselijke zingeving. Zo worden paranormale fenomenen, voortbestaan na de dood, bijna-dood-ervaringen, reïncarnatie, godsbegrip, holisme, esoterie, spiritualiteit, enz. behandeld. Het verschaft ons geen opgestapelde kennis of een afstandelijk begrip van dit alles, maar een doorleefd inzicht, met een uitgesproken visie. De schrijver is immers zelf paranormaal begaafd, is spiritueel ingesteld, heeft een levenslange studie gemaakt van het kijken naar de fenomenen van binnenuit en koppelt dit alles aan een streng logische redenering. De combinatie van al deze elementen, de veelzijdige benaderingswijze van het onderwerp en de systematische opbouw maken van deze uitgave een uniek boek over bovengenoemde problematiek. Het is een basis voor het nieuwe denken van de 21ste eeuw, met een ruime en een fundamentele visie die het klassieke denkpatroon overschrijdt. Hierdoor kan het ook de belangstelling wegdragen van sceptici en andersdenkenden. Alle fundamentele menselijke aangelegenheden worden grondig behandeld, zoals o.m. de rol van het toeval in het leven, de vrije wil, het lijden, de dood, enz. In talrijke bijlagen wordt een filosofische en wetenschappelijke onderbouw gegeven voor al het feitenmateriaal.

RECENSIES

André Haegeman, leraar in de Germaanse talen, heeft mijn werk grondig bestudeerd en verklaarde vol enthousiasme: “Onder de vele naslagwerken en studies die ik las over paranormale verschijnselen, vind ik bovengenoemd boek van G. Spileers het meest grondige betreffende die materie. Wat echter zijn globale levensvisie betreft over de evolutie van de mens in het universum via reïncarnatie en karma: die is gewoon verbluffend. Het wereldbeeld dat hierin geschetst wordt, is totaal vernieuwend en gestoeld op wetenschappelijke experimenten, getuigenissen van duizenden medemensen, gebaseerd op empirisch aantoonbare bewijzen, geïllustreerd met een overweldigend aantal voorbeelden uit studies van professoren en experten uit de vakliteratuur”.

Spileers poogt de werelden van het geloof en het paranormale tot elkaar te brengen, waarbij hij soms ook resultaten van de wetenschap verdisconteert. Hij gaat ervan uit dat de wereld door de menselijke rede te begrijpen is. Zijn verklaringsmodel berust op de gedachte dat wereld en kosmos gedragen worden door de goddelijke geest. Uitvoerig zet hij uiteen wat hij onder “God” verstaat; hij is ervan overtuigd dat wij met Hem kunnen communiceren. Van het paranormale laat hij niets onbesproken. Veel christenen staan er nog altijd argwanend tegenover. Van zijn kant staat Spileers vrij positief tegenover de kerk; wel pleit hij voor een meer metaforisch verstaan van de bijbel. Minder heeft hij op met materialisme, atheïsme en antropomorfische godsbeelden. Hij laat zien dat religieuze, paranormale en zintuiglijke ervaringen op hun wijze bijdragen tot het kennen van de werkelijkheid. Zijn visie op religie is pluralistisch: alle godsbeelden verwijzen naar de ene, absolute werkelijkheid die wij God noemen. In zijn opeenvolgende incarnatievormen is het leven voor de mens een leerschool. Drs. J. Kleisen

Uitgever: Mens & Cultuur Uitgevers

Nederlandstalig, 440 pagina’s, 9789077135037

InhoudstafelBoekGabrielSpileers