Mystiek

image_pdfimage_print

SAMENHANG TUSSEN MYSTIEK en WETENSCHAP

1. DE MATERIALISTISCHE VISIE OVER BEWUSTZIJN
Materialisme is een dominante richting in het huidige mens- en wereldbeeld en dient als basis voor de meeste filosofische, wetenschappelijke en politieke stromingen van tegenwoordig. Voor de meeste hersenwetenschappers is het volstrekt duidelijk dat het bewustzijn het product is van de hersenen. Volgens deze materialistische visie zijn wij niet meer dan een ingewikkeld resultaat van de werking van een verzameling neuronen. De hoofdstroom in de neuronwetenschap beweert met stelligheid dat het individuele bewustzijn van de mens, met de dood verdwijnt. Maar de neuronwetenschap kent noch de oorsprong noch de aard van het bewustzijn. Zij is dus niet in de mogelijkheid deze overtuiging met empirische gegevens te onderbouwen.

Vele onderzoekers op het terrein van de hersenen blijven van mening dat, wanneer de stof voldoende ingewikkeld is georganiseerd – zoals dit het geval is met de menselijke hersenen – ze eigenschappen begint te vertonen die we met het verstand in verband brengen. Dit is het orthodoxe (rechtlijnige) standpunt van de reductionisten onder de wetenschappers. Zij – de reductionisten – proberen alle biologische processen uit te leggen en te herleiden (te reduceren, van daar de term “reductionisme”) aan de hand van dezelfde verklaringen, zoals de natuurkundige wetten, die scheikundigen en natuurkundigen gebruiken voor de zogenaamde onbezielde stof.

2. DE MATERIALISTISCHE VISIE OVER MYSTIEKE ERVARINGEN
De materialistische visie geeft voor de mystieke ervaringen een ‘pathologisch’ (ziekelijke) verklaring, zoals epileptische hallucinaties of andere spontane hallucinaties, lichamelijke uitputting, emotionele stress of sensorische deprivatie. Hallucinaties zijn echter niet bij machte de geest een ervaring te geven die even overtuigend is als de ervaring van mystieke spiritualiteit. De geest kan zich ook een mystieke ervaring herinneren met dezelfde mate van helderheid als het geval is voor gewone gebeurtenissen uit het verleden. Dit is niet het geval voor hallucinaties of waanvoorstellingen.
Een andere beschuldiging, ook van het grote publiek, is dat mystieke contemplatie een verzinsel is. Dat de nonnen of monniken neurotische personen zijn die zich dingen inbeelden of die ‘dingen’ zelfs simuleren (o.a. in The Economist’ “Mystical Union”.) In een neuronwetenschappelijk onderzoek produceert iemand die simuleert zeer uitgesproken bètagolven (golven kenmerkend voor ingespannen bewuste activiteit) en maar weinig thètagolven (golven kenmerkend voor diepe meditatieve toestanden). Bepaalde dingen kan men helemaal niet simuleren! Dit bewijst duidelijk dat men uitspraken durft doen die regelrecht ingaan tegen (neuron) wetenschappelijke gegevens.

3. ER ZIJN OOK ANDERE GELUIDEN
Er zijn wel neurologen die een andere kijk hebben op dit “mysterie van het brein”. Eén van de (vijf a zes) vooraanstaanden op dit vlak is Sir Charles Sherrington (1857-1952). Hij kon na een lange en briljante carrière op het terrein van hersenonderzoek alleen maar zeggen dat “wij het verband tussen hersenen en verstand niet slechts als onopgelost moeten beschouwen, maar dat zelfs een basis voor een allereerste begin nog altijd ontbreekt.” In 1975 kwam zijn eminente leerling, Wilder Penfield, na een lange en geslaagde carrière op het terrein van hersenonderzoek, nadrukkelijk voor de dag met hetzelfde standpunt, en zei:
“Omdat het mij als zeker toeschijnt dat het altijd volslagen onmogelijk zal zijn het verstand te verklaren op basis van zenuwwerking in de hersenen en omdat het mij voorkomt dat het verstand zich gedurende het hele leven van een individu onafhankelijk ontwikkelt en tot rijpheid komt alsof het een blijvend element is; en omdat een computer (wat de hersenen zijn) moet geprogrammeerd en bediend worden door iets dat in staat is tot onafhankelijk begrip (de theosofie stelt hier de hogere triade, of de Monade het Buddhi en het Hoger manas dat verbonden is met de individualiteit, Pers.), Penfield gaat verder… voel ik mij genoodzaakt voor de stelling te kiezen dat ons wezen moet worden verklaard op basis van twee fundamentele elementen 1. het hogere goddelijk denken en 2. de hersenen als instrument. Dit biedt, naar mijn mening, de beste kansen om tot het uiteindelijke begrip te komen waarnaar zo vele vastberaden wetenschapsmensen streven.” Tot zover Wilder Penfield.

Hier hebben we een situatie, als resultaat van intensief onderzoek in een tak van de nieuwe wetenschap, die streng wetenschappelijke en eerlijke onderzoekers – van de meest vooraanstaande op hun gebied – ertoe heeft gebracht te erkennen dat de krachten die in het verstand van de mens werken, iets anders zijn dan de biologische werking van zijn hersenen.

4. DE AUTHENTICITEIT VAN MYSTIEKE ERVARINGEN
Stellen we eerst voorop dat mystieke – dit zijn goddelijke – ervaringen per definitie niet overbrengbaar zijn, laat staan bewijsbaar. Deze ervaringen komen uit een transcendente (d.i. een gans andere) realiteit Denken we alleen reeds aan de onmacht die men heeft om een bijna dood ervaring over te brengen.

Niet- gelovigen proberen de fenomenen die we hier bespreken te verklaren in een cultureel, emotioneel kader als een onbewust fenomeen. Veel gebeurtenissen zijn echter zo overweldigend overtuigend dat deze ‘theorieën’ de ‘feiten’ absoluut niet verklaren en ze dus reduceren tot een cultureel of emotioneel gegeven. Hun theorieën worden ”gesanctioneerd’ door goed gecontroleerde feiten. De neuroloog Pierre Vercelletto heeft een grondige studie gemaakt i.v.m. verschijningen. Hij stelt voorop dat de Mariale verschijningen niet verklaard kunnen worden als hallucinaties zoals die zich soms voordoen bij epilepsie (Dictionnaire des miracles et de l’extraordinaire chrétiens, Patrick Sbalchiero, blz. 842)

5. NEUROLOGISCH ONDERZOEK NAAR MYSTIEKE ERVARINGEN
Het materialisme doet dus wel uitspraken over bewustzijn en mystieke ervaringen maar kan deze op geen enkele wijze wetenschappelijk funderen. Daartegenover staan de empirische gegevens van de bijna dood ervaringen die in de richting wijzen dat het bewustzijn wel verder blijft functioneren ook als de hersenwerking volledig is uitgevallen.
Pim van Lommel met zijn boek “Eindeloos bewustzijn” (2007) en Mario Beauregard met “Het spirituele brein”, (2008) durven het materialisme ter discussie stellen en radicaal ingaan tegen de stroom van dit ‘wetenschappelijk’ dogmatisme. Zij maken beiden, respectievelijk als cardioloog en hersenwetenschapper, zorgvuldig gebruik van een wetenschappelijke benadering om religieuze, spirituele en mystieke ervaringen te verklaren.

Zij tonen allebei aan dat het algemeen geaccepteerde idee dat bewustzijn een product is van de hersenen niet klopt. Mensen zijn zich van zichzelf bewust, maar hersenen niet. Het materialisme is een geloof die vele intellectuelen niet ter discussie willen stellen.
Beauregard komt tot de conclusie dat noch de inhoud van de mystieke ervaringen, noch de levensveranderingen die daarop volgen, verklaard kunnen worden met bevindingen uit het ‘gewone’ hersenonderzoek. Deze materialistische benadering schiet tekort om volledig recht te doen aan alle aspecten van religieuze, mystieke, spirituele en bijna dood ervaringen.

Zijn conclusies komen volledig overeen met die van Pim van Lommel naar aanleiding van zijn onderzoek naar bijna dood ervaringen bij mensen die een hartstilstand hebben overleefd. Deze conclusie is dat de hersenen het bewustzijn niet produceren maar mogelijk maken. Een verhoogd of eindeloos bewustzijn, of een mystieke ervaring kan onafhankelijk van de hersenen worden ervaren tijdens een periode van zichtbare en meetbare uitval van alle hersenfuncties (hersenschors en hersenstam). Onder normale omstandigheden zullen de wel functionerende hersenen spirituele en mystieke ervaringen in het bewustzijn zelfs eerder beperken en bemoeilijken. Men moet jarenlang intensief gemediteerd hebben om mystieke ervaringen bewust te kunnen oproepen, zoals dit bijvoorbeeld gebeurt bij Meesters die gerealiseerd zijn.

Het is opvallend dat het onderzoek van Pim van Lommel naar bijna dood ervaringen bij patiënten die een hartstilstand hebben overleefd en het hersenonderzoek van Bauregard bij mediterende kloosterzusters (zie verder) zo’n sterke overeenkomsten vertoont. Het lijkt absoluut onwaarschijnlijk uit deze onderzoeken dat bewustzijn zuiver en alleen het product kan zijn van de hersenen. Dit vloeit o.a. voort uit het feit dat is aangetoond dat het bewustzijn kan functioneren (vb. juiste, controleerbare waarnemingen doen) onafhankelijk van de hersenfuncties, zoals bij een bijna dood ervaring. Verder omdat het bewustzijn in staat is de anatomie en functie van de hersenen te veranderen (neuronplasticiteit, placebo). Dit heeft enorme gevolgen voor ons mens- en wereldbeeld, een bevestiging voor het wereldbeeld van de spirituele mens.

6. HERSENONDERZOEK BIJ MEDITERENDE KLOOSTERZUSTERS
In 2003 werden 15 zusters karmelietessen (na lang aarzelen en goede afspraken; deze zusters verlaten normaliter nooit hun klooster) uit kloosters in de provincie Québec neurologisch onderzocht. Voordien (1999) werd reeds neurologisch onderzoek gedaan door wijlen d’ Aquili, prof. in psychiatrie en Newberg prof. in nucleaire geneeskunde naar transcendente ervaringen met boeddhistische monniken en enkele kloostervrouwen aan de universiteit van Pennsylvania. Het onderzoek bij de zusters karmelietessen werd geleid door Beauregard en Paquette van het Monreal Neurological Research Center van de Mc Gill Universiity. Beauregard werd tot één van de honderd pioniers verkozen van de 21e eeuw door het World Medio Net.

De bedoeling was het verband te vinden tussen specifieke hersentoestanden en mystieke contemplatie. De vraag was of mystieke contemplatie hersentoestanden teweegbrengt die van het gewone afwijkt. Elk van de nonnen had minstens eenmaal een intense mystieke vereniging gehad. Zoals algemeen is bekend besteden de karmelietessen zeer veel tijd aan gebed en meditatie. Men kon, elektrisch gesproken, telkens registreren wat in hun hersenen gebeurde op het ogenblik van diepe mystieke toestanden.
In een eerste onderzoek werd hen gevraagd hun mystieke vereniging te herbeleven. Het gebeurde steeds meer dat ze op het ogenblik van hun concentratie bij het verdere onderzoek een mystieke ervaring meemaakten. Tijdens de interviews die op het einde van het experiment werden afgenomen zeiden de zusters dat ze de aanwezigheid van God en Zijn onvoorwaardelijke liefde hadden gevoeld en daarnaast vervulling en vrede.

7. KENMERKEN VAN EEN MYSTIEKE VERENIGING
Mystiek is de naam voor het proces waarin de liefde van God zich op volmaakte wijze meedeelt. Het is de kunst om een bewuste relatie met het Absolute tot stand te brengen.Bij een mystieke ervaring lijkt het bewustzijn zich buiten het persoonlijk waakbewustzijn te bevinden, in een dimensie waar tijd en plaats geen rol meer spelen. Tijdens zo’n ervaring wordt het individuele zelf overstegen met positieve gevoelens van onvoorwaardelijke liefde, vreugde en vrede alsook gevoelens van universele verbondenheid. Een mystieke ervaring overstijgt ons zintuiglijke en intellectuele bewustzijn volledig.

8. BESCHRIJVING DOOR ZUSTERS DIE AAN HET ONDERZOEK DEELNAMEN
Zuster Diane vergelijkt haar liefde voor God met de liefde van twee mensen voor elkaar. Wanneer deze mensen verliefd geraken voelen ze een sterke opwelling. Dit is ook het soort liefde dat de jonge zusters voor God voelen wanneer ze de unio mystica beleven. Maar in de loop van de tijd verdiept de liefde zich en wordt ze volwassen. Dit is minder sensationeel. De liefde krijgt meer het karakter van een dagelijkse relatie.
Beschrijving van een unio mystica: “Ik weet niet hoeveel tijd er is voorbij gegaan. Het voelt aan als een schat, als een intimiteit. Het is heel erg persoonlijk. Het vond plaats in de kern van mijn wezen, maar zelfs nog dieper. Het was een gevoel van vervulling.”

De voornaamste punten die voorkwamen uit de ervaringen bij de Karmelietessen bij het neurologisch onderzoek, waren de volgende:

  • Ik heb een ervaring gehad waarvan ik weet dat ze heilig is.
  • Ik heb een ervaring gehad waarin ik mij opgenomen voelde in iets wat groter is dan mezelf.
  • Ik heb een diepe vreugde ervaren.
  • Ik heb een ervaring gehad die niet in woorden kan worden uitgedrukt.
  • Ik heb een ervaring gehad waarbij alles in deze wereld deel uitmaakt van hetzelfde geheel.
  • Ik heb een ervaring gehad die niet gecommuniceerd kan worden.

De resultaten van het experiment wijzen er duidelijk op dat het leven van stil gebed en stille contemplatie de zusters karmelietessen in staat heeft gesteld diepe mystieke toestanden te bereiken. Bij de experimenten konden ze dit bereiken door eerdere mystieke ervaringen intens in herinnering te brengen en te herbeleven. Dit hadden ze niet verwacht vóór ze aan het experiment gingen deelnemen.

9. BESLUIT BIJ DEZE ONDERZOEKEN
De wetenschap kan het bestaan van God niet bewijzen of weerleggen en kan niet als scheidsrechter optreden in controverses tussen religies en hun leerstellingen. Maar zij kan wel de inadequate (ontoereikende) theorieën over mystieke ervaringen van de tafel schuiven die door materialisten in elkaar zijn geflanst (geciteerd uit het boek van Mario Beauregard).

De gegevens van de onderzoeken laten ook zien dat het ‘probleem’ van het bewustzijn binnen een materialistisch referentiekader zonder meer onoplosbaar is. Bij het onderzoek van Pim van Lommel naar bijna-dood ervaringen stellen we vast dat patiënten wiens hersenen niet langer functioneren, gelijkaardige mystieke ervaringen kennen, nl. ontmoetingen die zij als heilig en goddelijk omschrijven. Daarnaast komt nog dat deze ervaringen een transformatie – vermogen in het leven van deze mensen teweegbrengt. Deze ervaringen leiden tot een diepgaande transformatie van het leven, die mededogen, onvoorwaardelijke liefde en duurzame positieve veranderingen in gedrag met zich meebrengt. Ethische verworvenheden, in het algemeen gesproken, zijn het resultaat van contact met een transcendente realiteit. Zouden de neuronen op zichzelf in staat zijn enig ethisch systeem te ontwikkelen? Dit brengt ons tot de stelling dat dit transformatie – aspect bij mystieke ervaringen voortkomt uit een ontmoeting met een objectief in de werkelijkheid bestaande kracht die onafhankelijk bestaat van de personen die deze ervaring hebben gehad.

10. SLOT
Misschien mag in deze problematiek, Simone de Beauvoir (feministe, partner van J.P. Sartre en overtuigd atheïst) als onverdachte getuige gelden. Zij schrijft in verband met de zeer beroemde mystieke ervaringen van Teresa van Avila het volgende: “De geschriften van Teresa van Avila bieden nauwelijks enkele ruimte voor twijfel en rechtvaardigen het beeld van Bernini dat onze heilige toont, zwijmelend in de hoogste (liefdes)- lust. Het zou niettemin onjuist zijn haar emoties te interpreteren als een eenvoudige ‘seksuele sublimatie’ [….]. Zij is niet de slavin van haar zenuwen en evenmin van haar hormonen. Men moet in haar eerder de intensiteit bewonderen van een geloof dat haar lichaam zo weet te doordrenken.

In werkelijkheid wordt de waarde van een mystieke ervaring, zoals de heilige Teresa ook zelf begrepen heeft, niet afgemeten aan de manier, waarop die subjectiviteit wordt beleefd, maar aan de objectieve draagwijdte die ze bezit [….]. Teresa stelt op een heel intellectuele wijze het dramatische probleem van de verhouding van het individu en het Transcendente Zijn. Zij heeft als vrouw een ervaring beleefd waarvan de betekenis en zin boven iedere seksuele specificatie uitgaat.” Simone de Beauvoir, De tweede sekse, deel 2 “Geleefde werkelijkheid”, Utrecht 1968, blz. 459-460.